Text...

'WERKEN NAAR WAARDEN'

Wanneer het nog niet helder is voor de cliënt wat hij of zij wil of wat zijn/haar mogelijkheden zijn, wordt bij Workmate Company haar eigen methodiek ‘Werken naar waarden’ ingezet. Deze methodiek is opgezet en verder doorontwikkeld door de medewerkers van Workmate Company. 

Bij deelname aan een traject Werken naar Waarde is arbeidsintegratie het uitgangspunt in het traject. Hiermee sluiten we aan op de visie dat mensen met een beperking burgers zijn, die net als iedere andere burger recht hebben op een volwaardige positie op de arbeidsmarkt en op de ondersteuning die nodig is om deze positie te verwerven en te behouden. Binnen Werken naar Waarde maken we gebruik van een methode die voor een groot deel is gebaseerd op praktijkbevindingen. Het accent in deze methode ligt op versterking van goede eigenschappen  en competenties van de deelnemers waarbij ingezet wordt op het verder oppakken van de eigen regie (eigen kracht). Afhankelijk van de mogelijkheden van de deelnemer kan de focus bij Werken naar Waarde tevens liggen op het opdoen van kennis en ervaring van vakgerichte competenties (arbeidscompetenties) en het vergroten van medewerkerscompetenties (gedrag). Op deze manier heeft zowel de missie als de visie van Workmate voeten in de aarde gekregen. Indien nodig wordt deze methodiek ondersteund door verschillende hulpmiddelen. Deze methodiek bestaat uit vier modules die op een natuurlijke manier elkaar opvolgen. Hieronder volgt een korte uitleg.

 

‘Werken naar waarden’

Fase 1: motiveren
Dit is de fase die bij aanvang van het traject wordt opgestart. De cliënt heeft een intakegesprek waarbij een plan wordt opgesteld waarin de wensen en mogelijkheden van de cliënt worden opgenomen.
Fase 2: oriënteren

Tijdens deze tweede fase gaat de cliënt direct aan de slag met het ontdekken van de mogelijkheden die praktijkgeoriënteerd zijn. Concreet betekent dit dat gezocht wordt naar participatie en werk.
Fase 3: richten
In deze fase wordt gefocust op de richting die gekozen moet worden. Hieruit volgt een keuze voor de best passende werkplek.

Fase 4: participeren

Deze laatste fase houdt in dat de cliënt meer eigen regie krijgt en dus minder ondersteuning nodig zal hebben bij zijn/haar traject.       

 

MELBA & IDA

Tijdens het werken met deze methodiek zetten we regelmatig externe hulpmiddelen in. Dat kunnen capaciteitenonderzoeken zijn, maar ook erkende hulpmiddelen zoals Melba en IDA. Melba helpt bij het systematisch communiceren over sterke en zwakke punten, het vastleggen van maatregelen met betrekking tot begeleiding, training en de te stellen eisen, maar volgt ook de ontwikkeling van de genomen maatregelen. Op die manier kunnen resultaten vastgelegd worden en eigen inschattingen vergeleken worden met de ervaringen van de begeleiders. IDA is een instrument bestaande uit in totaal 14 gestandaardiseerde arbeidstoetsen. Dit instrument is door een werkgroep onder leiding van Prof. Dr. S. Weinmann van de universiteit in Siegen ontwikkeld en sinds eind 2002 in Nederland in gebruik, na vertaling en specifieke aanpassingen. Het Instrument ten behoeve van de Diagnostiek van Arbeidsvaardigheden bestaat uit een veertiental arbeidstoetsen van verschillende moeilijkheidsgraden, die betrekking hebben op de verschillende Melba-items. IDA is een diagnostisch instrument, dat op het documentatie-instrument Melba afgestemd is: met IDA kunnen de verschillende arbeidsrelevante sleutelkwalificaties geselecteerd en beoordeeld worden, die met Melba gedocumenteerd worden. Je moet hierbij denken aan sleutelkwalificaties als cognitieve vaardigheden, vaardigheden voor de manier van werkuitvoering, psychomotorische vaardigheden en vaardigheden op het gebied van cultuur, techniek en communicatie.